Nieuwe tekst - Poëzie


Alles andersom


’t Eendje kruipt in het ei terug,

de slak heeft vleugels op z’n rug,

de vissen eten gras,

het schaap breit zelf een das,

de kraai roept twiet twiet twiet

en wel betekent niet,

de schildpad rent in 't rond,

de kat houdt van de hond,

de draak heeft een zacht vel

en niet betekent wel –

alles is andersom,

‘ga weg!’ betekent ‘kom!’

gevonden, dat is kwijt,

te laat dat is op tijd,

nog lang niet af is klaar,

en jokken is echt waar.




LIEDJE


Zou je bakker willen zijn of liever mager?

Zou je zolen willen spijk’ren aan een schoen?

Wil je treinen rijden, stipt op tijd, niet later?

Ja, wat zou jij, zou jij later willen doen?


Wil je vliegen in de lucht met een straaljager?

Wil je bomen snoeien in een groot plantsoen?

Of het ambacht leren van een koperslager?

Wat zou jij nou, wat zou jij graag willen doen?


Zou je boeken willen schrijven over dwergen?

Of de bedden langsgaan op een ziekenzaal?

Zou je mooie grote huizen willen verven?

Alles weten van een verre vreemde taal?


Zou je graag de maat slaan voor duizend violen?

Wil je reizen maken naar een prachtplaneet?

Zou je tarwe willen malen in een molen?

Of het doelpunt maken dat niemand vergeet?


Wil je vliegen in de lucht met een straaljager?

Wil je duiken naar de bodem van de zee?

Of de hele dag in dikke planken zagen?

Doe wat je wilt, ga met je dromen mee.




Knorren


hij kan knorren als een big

maar veel stiller,

heel erg zacht net als zijn vacht

als ik wakker word vannacht

duwt zijn kop tegen mijn hand

zijn neus is warm en nat


het laken loopt hij op en neer,

even later slaapt hij weer

mijn knorbigknuffelkat.




Op stap


Vanmorgen vroeg is Slak

alleen op stap gegaan

met in zijn bruine rugzak

een zachte prakbanaan.


Hij gleed op zijn gemak

in de warme zon,

hij deed een wedstrijd met zichzelf,

hij gleed zo hard hij kon.


Wat is het heet, dacht Slak,

de zon brandt op mijn kop,

en mijn banaan is op.


Toen zag hij mals groen blad,

de schaduw trok hem aan,

er was ook koele wind,

hij speelde slak-kleef-aan.

Pas toen de zon ging slapen

is hij naar huis gegaan.




Op vleugels


Jij bent nu weg.

Je kunt niet horen wat ik zeg,

de deur is dichtgegaan.

Op vleugels vlieg je hiervandaan.


Ik vouw een vliegtuig van papier,

ik zweef achter je aan.

Ontvang je mij? Hallo, hallo!

We gaan landen op dezelfde baan.